Ggz-instellingen op scherp door marktdynamiek
Toenemende marktdynamiek noodzaakt instellingen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) om hun marktpositie te versterken. Dit op het moment dat het gemiddelde rendement van de ggz-instellingen daalde van 1,5% in 2006 naar 1,1% in 2007. Oorzaak is een sterkere stijging van de bedrijfskosten (7,8%) dan van de bedrijfsopbrengsten (7,4%).
Door Paul van den Broek en Renate Streng
Kortdurende curatieve ggz valt sinds 1 januari 2008 onder de Zorgverzekeringswet. Gevolg is dat zorgverzekeraars nu met ggz-instellingen onderhandelen over de in te kopen zorg. Om dit mogelijk te maken is ook voor de ggz de productfinanciering, de diagnose-behandelcombinatie (dbc), ingevoerd. Opbrengsten worden pas ontvangen nadat de dbc is gesloten en zorgverzekeraars werken niet meer met voorschotten.
Ook zal per 1 januari 2009 een vergoedingscomponent voor de huisvesting in de dbc-prijzen worden opgenomen. De financiële verantwoordelijkheid van ggz-instellingen voor de kapitaallasten wordt vooral belangrijk omdat veel daarvan over een groot aantal gebouwen beschikken. Dit vraagt om een betere benutting van het vastgoed en eventuele alternatieven zoals delen van de terreinen. Als ze daarvoor leningen nodig hebben, wordt dit moeilijker. Ggz-instellingen krijgen dan te maken met hogere eisen van banken wat betreft rendement en solvabiliteit.
Door de toenemende financiële risico’s van ggz-instellingen zal de door het Waarborgfonds voor de Zorgsector gestelde vermogenseis van 8% worden opgetrokken tot de marktconforme eis van 25%. Vrijwel geen van de ggz-instellingen kan op dit moment daaraan voldoen. Sterker nog, bijna één op de vijf voldoet nu al niet aan de huidige eis van 8%. Ook de liquiditeitspositie staat onder druk. In 2007 daalde ze — van 42% in 2006 — tot 39%.
De marktpositie kan versterkt worden door de afhankelijkheid van de opbrengsten uit de ggzdbc’s te verkleinen. In 2007 was gemiddeld 13% van de bedrijfsopbrengsten niet afkomstig uit het ‘wettelijk budget voor aanvaardbare kosten voor ggz’. Dit percentage kan toenemen, enerzijds door het betreden van nieuwe markten, zoals arbeid en psyche, anderzijds door het aanbieden van nieuwe producten, zoals e-health.
Als gevolg van de gewijzigde marktomstandigheden zullen ggz-instellingen hun dienstverlening en de wijze van aanbieden kritischer moeten beschouwen. Wij verwachten dat bij de eerstelijns ggz, waar het grootste deel van de klanten gebruik van maakt, vooral op prijs geconcurreerd zal worden. Nieuwe, veelal commerciële nichespelers zullen toetreden en bestaande instellingen zullen proberen hun invloed uit te breiden door nieuwe ‘labels’ op de markt te zetten.
Voor de ambulante markt zullen toegankelijkheid, service en kwaliteit belangrijke onderscheidende factoren zijn. In de klinische complexe markt zal meer specialisatie plaatsvinden en zal productinnovatie leiden tot nieuwe vormen van behandelingen en kwaliteitsverbetering.
Paul van den Broek en Renate Streng zijn organisatieadviseur bij BS Health Consultancy.
Eerder verschenen in Het Financieele Dagblad van 3 november 2008

