Huisartsen, Marktwerking en Zorgverzekeraars
door dr. H.F. Aarts, plastisch chirurg
Minister Hoogervorst kiest voor marktwerking met in de regie de zorgverzekeraar als zorgmakelaar. De huisartsen vrezen daardoor een aantasting van hun professionele autonomie en verlies aan kwaliteit. De minister en de zorgverzekeraars beweren daarentegen dat ze uit zijn op de “hoogste kwaliteit voor de beste prijs”. Dat zou fantastisch zijn indien dit inderdaad zo was. Wie heeft er gelijk? Als medisch specialisten hebben we nu ook ervaring met de zorgverzekeraar als zorginkoper.
Sinds kort onderhandelen de zorgverzekeraars met de zorgaanbieders over prijs en aantallen zorgproducten de “diagnosebehandelcombinaties” (DBC’s). Voor de plastisch chirurgen gaat het om slechts één DBC namelijk de borstverkleining-operatie. Met de dokters wordt onderhandeld over de inhoud van de zorg en met de ziekenhuizen over de kosten. Hoe gaat dat in de praktijk?
- De huidige gemiddelde opnameduur van 5 dagen voor de borstverkleining-operatie moet van de verzekeraar terug naar drie dagen. In privé klinieken kan dat immers ook. Logisch, want in privé klinieken worden alleen jonge en gezonde patiënten behandeld. Wij behandelen ook ouderen met overgewicht en bijkomende ziektes, waardoor er grotere kans is op vertraagde wondgenezing en complicaties. Deze patiënten liggen langer dan vijf dagen in het ziekenhuis. Indien we aan de eis van de verzekeraar zouden voldoen zou dat betekenen dat we geen oudere- of risico patiënten meer kunnen helpen.
- Het aantal bloedtransfusies moet omlaag. Dat kan niet. Wij geven alleen een bloedtransfusie als dat echt medisch noodzakelijk is en anders niet. Wij en niet de zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor een goede afloop van de operatie.
- Borstkanker komt steeds vaker voor en op jongere leeftijd. Hoe vroeger ontdekt hoe beter de overlevingskansen. Om die reden sturen wij het verwijderde borstweefsel op voor onderzoek. Volgens de zorgverzekeraars is dat niet nodig of kan dat minder vaak. Indien we hieraan toegeven zullen de patiënten daarvan het slachtoffer worden.
- Volgens de verzekeraar mogen we de patiënten na de operatie slechts een maal op de polikliniek terugzien. Een onzinnige eis. Wie doet dan de verdere nabehandeling?
De verzekeraar bemoeit zich overduidelijk met de inhoud van de zorg, is niet geïnteresseerd in kwaliteit maar alleen in bezuinigen.
Met de onderhandelingen over de kosten van deze operatie met het ziekenhuis is het niet anders. Het ziekenhuis maakt een kostenbegroting. Stel er is berekend dat er minimaal 4000 euro nodig is om de operatie te bekostigen. De verzekeraar stelt vervolgens dat deze operatie hooguit 2000 euro mag kosten. De prijs wordt ergens tussen beide bedragen in vastgesteld. De zorgverzekeraars maken misbruik van hun macht. Het ziekenhuis wordt zwaar onder druk gezet en is bang marktaandeel te verliezen. Dat betekent dat het ziekenhuis op bepaalde operaties verlies lijdt en dus elders extra moet bezuinigen. Dat kan alleen door nog minder personeel aan te stellen om hetzelfde werk te verrichten en door extra te bezuinigen op onderhoud, schoonmaak, vervanging instrumentarium etc etc. Ook hier is geen sprake van de “hoogste kwaliteit voor de beste prijs” maar van verder bezuinigen.
De zorgverzekeraars zijn zich ook op andere terreinen aan het voorbereiden op hun toekomstige positie. De belangen tussen ons zijn tegenstrijdig. De verzekeraar kiest voor de goedkoopste oplossing voor zijn cliënt terwijl de arts juist het beste wil voor zijn patiënt. Kwaliteit kost geld. Ik krijg bijvoorbeeld toestemming voor andere operaties dan die ik heb aangevraagd, omdat die goedkoper zijn maar bewezen minder goede resultaten opleveren. Ik krijg toestemming voor grote operaties waar de patiënten zeker twee of meer dagen moeten worden opgenomen alleen als ik die operaties poliklinisch uitvoer. Voor een operatie om een huidkanker te verwijderen en een huidtransplantatie uit te voeren om het defect te sluiten krijg ik alleen toestemming als ik de DBC voor een moedervlek declareer. Op dit moment –in dit proefjaar- kunnen we ons nog met succes verzetten tegen dit beleid van de verzekeraars, maar als ze straks echt de macht krijgen van de minister en kunnen bepalen wat er mag worden gedaan, is het te laat.
Zorgverzekeraars zijn ondernemingen die zoals elke onderneming uit is op winst. Zij hebben belang bij het incasseren van zoveel mogelijk premies en het zo weinig mogelijk uitgeven aan zorg. Premies zullen verder stijgen terwijl er gelijkertijd steeds minder voor vergoeding in aanmerking zal komen. Als ik een machtiging aanvraag voor medisch noodzakelijke ingreep wordt die steeds vaker niet gegeven. Er is echter altijd geld genoeg voor dure nieuwe gebouwen, voor dure advertentie spotjes en sponsoring van clubs en verenigingen.
De huisartsen verzetten zich terecht tegen de allesbepalende rol van de zorgverzekeraars in het nieuwe stelsel. De huisartsen verdienen daarom de steun van iedereen die de kwaliteit van de zorg ter harte gaat. Zij verdienen de steun van onze volksvertegenwoordigers die de belangen van de patiënten dienen te vertegenwoordigen. Zij verdienen de steun van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) te Utrecht, die het tot nu toe in het verdedigen van het belang van hun leden ernstig heeft laten afweten en nog steeds niet vierkant achter de huisartsen is gaan staan.
Met de keuze voor marktwerking met de verzekeraars als zorgmakelaars kiest de minister voor bezuinigen. Hij kiest daarmee voor de centen en tegen (de belangen van) de patiënten. Dat dit fout zal aflopen is duidelijk. Tijdens een volgende parlementaire enquête mag hij uitleggen waarom hij alle signalen uit het veld –ook inzake het fiasco van de introductie van de DBC- heeft genegeerd en verklaren hoe het zo ver heeft kunnen komen.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad, 6 juni 2005


