Achtergrondinformatie thuiszorg
De thuiszorg zoals hij nu is
- Wat is thuiszorg?
- Gescheiden wegen in de thuiszorg
- Marktwerking in de thuiszorg
- Hoe krijgt iemand thuiszorg? De AWBZ
- Hoe krijgt iemand thuiszorg? De WMO
- Het persoonsgebonden budget
Gevolgen voor de cliënten
- Wachtlijsten en zorgstops
- Te weinig geld voor groeiende zorgvraag
- Verminderde kwaliteit van de thuiszorg
- De aanbestedingen, voor niets gaat de zon op
- Herindicaties: de wonderbaarlijke genezingen
- Van één hulp naar vele?
- De bureaucratische mallemolen
Gevolgen voor werknemers
- Ontslag, lager loon en verminderde arbeidsvoorwaarden
- Personeelstekort in de zorg
- Zorgverleners & marktwerking
Het moet beter!
De thuiszorg zoals hij nu is
Wat is thuiszorg?
Als iemand niet meer voor zich zelf kan zorgen dan kan hij of zij vaak toch thuis blijven wonen. Soms worden mensen verzorgd door een vriend of familielid (mantelzorg). Maar liefst één op de drie Nederlanders is actief als mantelzorger.
Maar een mantelzorger kan het niet altijd alleen, en heeft vaak ook bepaalde kennis niet in huis. Daarom is er de Thuiszorg. Professionele krachten helpen mensen met de dagelijkse taken in huis, en zorgen voor de nodige medische verzorging, aan huis! De thuiszorg heeft overigens ook veel vrijwilligers voor zich aan de slag. Die nemen de mensen eens een keertje mee, maken een praatje met ze, of organiseren een activiteitenpost waar de mensen een leuke dag kunnen hebben. Een grote groep is al jarenlang actief in de stervensbegeleiding (terminale zorg).
Er zijn heel veel thuiszorgorganisaties. Door fusies ontstaan heel grote bijna landelijke organisatie die behalve thuiszorg ook kraamzorg en verpleegzorg geven.
Darnaast zijn er kleine regionale thuiszorgorganisaties, soms opgezet door een oud-wijkverpleegkundige of mensen uit de zakenwereld. Er zijn ook gespecialiseerde thuiszorgorganisaties die zorg geven aan heel specifieke groepen, bijvoorbeeld aan kinderen met een lichamelijk of geestelijke beperking of een chronische ziekte.
Gescheiden wegen in de thuiszorg
Voor 1 januari 2007 was er enkel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze regelde en betaalde alle noodzakelijke zorg die niet door de ziektekostenverzekering werd vergoed. De AWBZ is een landelijke regeling en een recht voor iedereen. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het wassen en aankleden, het regelen van hulpmiddelen zodat iemand thuis kan blijven wonen, het verzorgen van wonden, het hulp bieden bij medicatie gebruik enz. De AWBZ zorgde ook voor de huishoudelijke hulp, dus het schoonmaken van het huis, het wassen van kleding, een boodschap doen.
Sinds 1 januari 2007 is de huishoudelijke hulp uit de AWBZ gehaald. Hiervoor is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in het leven geroepen. De WMO is een gemeentelijke regeling. Dat betekent dat ondersteuning in huishoudelijke hulp bij elke gemeente anders geregeld kan zijn. De huishoudelijke zorg is door de invoering van de WMO geen recht meer.
Er is dus nu een scheiding. Voor beide vormen van zorg zijn verschillende organisaties verantwoordelijk gemaakt, zoals hieronder verder zal worden beschreven. Vaak is het echter één thuiszorginstelling die de zorg verleent. De bureaucratie is door de invoering van de WMO niet afgenomen! Het heeft een enorme belasting gegeven. Juist omdat mensen vaak van allebei de zorgvormen gebruik maken.
Meer informatie AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten):
Meer informatie WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning):
Marktwerking in de thuiszorg
De regering wil middels marktwerking de kwaliteit van de zorg verbeteren en de kosten verlagen. In beide regelingen AWBZ en WMO is dit op een andere manier geregeld. Bij de AWBZ heeft degene die hulp nodig heeft de keuze voor een thuiszorginstelling. Voor de WMO is het zo dat de gemeente bepaalt welke zorginstelling zij contracteren voor hun inwoners. Het kan dus voorkomen dat iemand met twee verschillende thuiszorginstellingen te maken krijgt. Eén voor medische, lichamelijke hulp en één voor huishoudelijke hulp.
Eerdere ervaring met introductie van marktwerking in de thuiszorg onder het paarse kabinet liet al nadelige gevolgen zien: er werd bezuinigd op kwaliteit en de arbeidsvoorwaarden van het personeel, en er kwamen hoge salarissen en leasebakken voor de directeuren. Toch werd er nu bij de WMO opnieuw meer marktwerking ingevoerd. Gemeenten moeten de huishoudelijk zorg zelfs verplicht aanbesteden.
Hoe krijgt iemand thuiszorg? De AWBZ
Centrum Indicatiestelling Zorg
Iemand kan niet zomaar gebruik maken van de hulp en de zorg die via de AWBZ en WMO betaald worden. Daarvoor is een indicatie noodzakelijk, zeg maar toestemming. De indicatie voor de AWBZ wordt gedaan door het Centrum Indicatiestelling Zorg, een aparte instelling waar mensen zich melden met een zorgvraag. Het CIZ werkt via regio's, dus per meerdere gemeenten tegelijk.
Bij het CIZ wordt bepaald of iemand wel echt zorg nodig heeft en wat eventueel kan gebeuren via mantelzorg. Het CIZ bestaat nog niet zo lang. Vroeger bepaalden zorgverleners (artsen, verpleegkundigen) zelf wat mensen nodig hadden. Het CIZ moest de uitgaven in de thuiszorg inperken. Een groot probleem lijkt te zijn dat er veel wachtlijsten zijn bij het CIZ. Er zijn mensen die soms maanden moeten wachten op hun indicatie. Dit wordt door mensen die zorg nodig hebben als groot probleem ervaren. Een ander probleem is dat veel indicaties telefonisch worden vastgesteld met behulp van onvoldoende ontwikkelde computersystemen.
Tachtig procent van de zorg die aangevraagd wordt bij het CIZ blijkt ook de zorg te zijn waar recht op is. Het CIZ lijkt dus een vrij overbodige schakel die daarbij heel veel geld kost en veel frustratie oplevert. Daarom stelde SP-Kamerlid Agnes Kant onlangs opnieuw voor het CIZ af te schaffen.
Meer info:
Zorgkantoor
Na de indicatiestelling door het CIZ krijgt men te maken het zorgkantoor. De regionale zorgkantoren beheren het geld van de AWBZ (dus niet de WMO-gelden). Sinds 1 januari 2007 wijzen zij mensen een thuiszorginstelling toe of kijken of de thuiszorginstelling waar men zorg wil inkopen voldoet aan bepaalde eisen. Dit is de marktwerking in de AWBZ-thuiszorg. Volgens de regering bevordert dit de keuzevrijheid van mensen. Ook denkt de regering dat door concurrentie tussen thuiszorginstellingen de kwaliteit van de zorg zal toenemen. Echter, door de enorme fusiegolf onder thuiszorginstellingen, wordt de keuzevrijheid behoorlijk ingedamd. Ook blijken keurig gecertificeerde instellingen enorme bedragen te betalen aan bestuurders, directeuren en managers. Blijkbaar valt dit volgens de overheid dan toch onder nette bedrijfsvoering en voldoet dit ook aan de eisen om om te mogen gaan met AWBZ gelden.
Hoe krijgt iemand thuiszorg? De WMO
Indicatie door de gemeente
Ook voor de huishoudelijke hulp (de WMO) heeft iemand een indicatie nodig. De WMO is een gemeentelijke regeling en de gemeente kiest dus hoe zij dit regelt. Vaak hebben ze daarvoor het CIZ (zie AWBZ) ingeschakeld, maar sommige gemeentes doen het zelf. De indicatiestelling door CIZ of door de gemeente (die daarbij een landelijke checklist gebruikt) gaat veelal per telefoon. Voor 1 januari kon de thuiszorgmedewerker met deze indicatie, op basis van wat zij tegenkwam bij de mensen, bepalen welke vorm van huishoudelijke hulp er ingezet zou worden.
Twee soorten hulp
Huishoudelijke verzorging is hulp bij het voeren van een huishouden. Denk daarbij aan het schoonmaken en schoon houden van de woning of het doen van de dagelijkse boodschappen. Ook hulp bij het organiseren van een huishouden valt onder huishoudelijke verzorging. Hierin is een scheiding gemaakt. HV1 hulp bevat enkel de dagelijkse werkzaamheden in het huishouden. HV2 is HV1 hulp, met daarbij de organisatie van het huishouden. Het wordt door mensen met een verschillende opleiding gegeven.
HV1
HV1 hulp wordt door een zogeheten alfahulp gegeven. Deze hulp moet door de cliënt zelf geregeld worden. De cliënt is als het ware 'opdrachtgever'. Een alfahulp is namelijk niet in dienst van de thuiszorgorganisatie maar werkt als freelancer. Dit betekent dat de cliënt zelf iets moet regelen – of zonder hulp zit – wanneer de alfahulp op vakantie gaat of ziek wordt. De alfahulp heeft vaak geen opleiding gehad. Doordat ze 'freelancer' zijn hoeven er geen werkgeverslasten te worden afgedragen (pensioenen, verzekeringen). Met de afwezigheid van scholing betekent dit dat de zorg ongeveer 5 tot 7 euro per uur goedkoper wordt.
HV2
HV2 is duurdere zorg, hierbij wordt de patiënt niet beter of anders geholpen. Enkel de omstandigheden waarin een cliënt verkeerd maakt dat er beter een huishoudelijke hulp ingezet kan worden die ook kan helpen bij het organiseren van de huishouding en die heeft geleerd om te gaan met mensen die ziek zijn. Het gaat vaak om mensen die geen mantelzorg in de buurt hebben, of zich, door hun ziekte of handicap, niet kunnen veroorloven zes weken zonder hulp te zitten. Sommigen krijgen HV2 hulp omdat door hun ziekte of beperking de situatie nooit zal verbeteren maar enkel verslechteren. Soms kunnen zij uitstekend alles organiseren maar moeten zij op de continuïteit van een HV2 hulp kunnen rekenen.
De grote omwisseltruc
Welke hulp iemand nodig heeft wordt vaak bekeken in één bezoek of via de telefoon. Probleem hierbij is dat niet iedereen inzicht heeft in zijn eigen kunnen of ziektebeeld. Met name bij mensen met psychiatrische ziektebeelden is dit dus moeilijk in één keer vast te stellen. Ook speelt mee dat sommige hulpbehoevenden zich schamen of hun problemen ontkennen. Zij krijgen daardoor niet de hulp die ze eigenlijk nodig hebben.
Er is sinds de invoering van de WMO een enorme verschuiving waar te nemen in wat voor hulp mensen krijgen. De regels voor de indicatiestelling zijn niet veranderd. Maar sinds de invoering van de WMO is de verhouding van 25% HV1 naar 85% HV1 zorg gegaan. Mensen die HV2 nodig hebben, krijgen het simpelweg niet meer.
De scheiding tussen HV1 en HV2 lijkt nogal kunstmatig en onnodig. Zeker wanneer deze scheiding zoals nu door gemeentes wordt gebruikt om de prijs van huishoudelijke zorg te drukken. Het professionele aspect dat er in zat verdwijnt. De gevolgen van de verschuiving voor het zorgpersoneel zijn desastreus.
Het persoonsgebonden budget
Als iemand zorg nodig heeft kan men ook kiezen voor een Persoonsgebonden Budget (PGB). Het zorgkantoor of de gemeente geeft dan een budget waarmee iemand zelf zorg kan inkopen. De zorgvrager wordt dan budgethouder. Het spreekt vanzelf dat de budgethouder in staat moet zijn “zijn zaakjes te regelen”. De enorme wirwar van voorzieningen en de enorme administratie die aan het beheren van een budget vast zitten, maken het voor veel mensen niet haalbaar budgethouder te zijn. Ze hebben immers hun handen vaak al vol aan hun eigen problemen.
Het is mogelijk om gebruik te maken van speciale organisaties die ondersteuning bieden bij het beheren van een PGB. Dat kan via maatschappeljk werk en/of de sociale verzekeringsbank, maar ook commerciële bedrijven hebben deze “markt” ontdekt. Uiteraard is deze ondersteuning niet gratis. Sommige instanties rekenen 75 euro per uur, en dit gaat uiteraard van het al krappe budget af. Het PGB is dan meestal niet meer toereikend voor mensen die niet in staat zijn zelf geld bij te leggen. Het budget voor huishoudelijke ondersteuning blijkt sowieso vaak niet hoog genoeg te zijn om de huishoudelijke hulp fatsoenlijk te betalen. Ook voor AWBZ-zorg lijkt het budget niet altijd hoog genoeg te zijn.
Zie voor meer informatie:
Meer informatie voor zorggebruikers:
- http://www.anbo.nl
- http://www.loc.nl
- http://www.cgraad.nl
- http://www.zorgbelang-nederland.nl/
- http://www.mee.nl/nederland/
- http://wmo.startpagina.nl/
- http://www.ouderenorganisaties.nl/site/
Informatie voor mantelzorgers:
Gevolgen voor de cliënten
Wachtlijsten en zorgstops
AWBZ
Al jaren worden mensen die zorg nodig hebben geconfronteerd met wachtlijsten, zorgstops en ander nieuws dat hun bestaan onzeker maakt en hen continu confronteert met hun afhankelijkheid.
Ook afgelopen zomer stonden er weer regelmatig berichten in de krant over klantenstops. Mensen die zich voor het eerst aanmelden voor thuiszorg kunnen niet altijd geholpen worden door de organisaties waarbij ze aankloppen. De instellingen geven aan dat dit te maken heeft met geld. Er zijn wel mensen om de zorg te verlenen maar er is geen geld genoeg om ze te betalen.
Thuiszorginstellingen hebben te maken met budgetten die worden beheerd door het zorgkantoor. Ze maken afspraken met de overheid over hoeveel geld zij denken nodig te hebben uit de AWBZ-pot om een bepaald aantal mensen te helpen. De bewaker van de budgetten is het NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit. Deze organisatie is in het leven geroepen door het vorige kabinet Balkenende en moet bewaken dat de invoering van de marktwerking, het nieuwe zorgstelsel en de verdelingen van het geld netjes verloopt. De NZa heeft in haar laatste rapport gezegd dat er voldoende geld is om alle vraag naar zorg te betalen. Dit wordt tegengesproken door de zorgkantoren en de thuiszorginstellingen. De staatssecretaris wacht tot nog toe met maatregelen.
Zoals aangegeven heeft het zorgkantoor (de beheerder van het AWBZ-geld) een van te voren vastgesteld budget. Dat betekent dat de thuiszorginstellingen die het geld krijgen van het zorgkantoor, ook een beperkt budget hebben. Is het geld op, dan is het geld op.
De thuiszorginstelling krijgt van het zorgkantoor van tevoren een budget aangewezen, dus niet op basis van de vraag die er op dat moment is. Een thuiszorginstelling kan dus maar een bepaald aantal mensen helpen, ook al kloppen er meer mensen bij hen aan. In dit geval kondigt een thuiszorginstelling in het ergste geval een zorgstop af. Cliënten moeten dan maar hopen dat er ergens anders nog wel plaats voor hen is.
Maar wat nu als meer mensen zorg nodig hebben, dan men van te voren dacht (overproductie). Komt er dan geen geld bij? De Nederlandse Zorgautoriteit onderzoekt eerst of er echt sprake is van meer vraag naar zorg. De richtlijnen die daarvoor gehanteerd worden zijn echter niet helder. De instellingen en de zorgkantoren zeggen dat er meer geld nodig is, de NZa niet.
Dit geruzie over geld is nu al heel lang aan de gang, en de cliënten zijn veelal de dupe. Ze komen op een wachtlijst te staan of krijgen minder zorg dan ze nodig hebben. Voorbeelden te over. Mensen die geopereerd zijn kunnen nog niet naar huis omdat er niemand is om ze te helpen. Mensen krijgen geen extra zorg als hun ziekte verergert of hun mantelzorger wegvalt. Sommige mensen worden gewoon nog maar één keer per week gedouched omdat er minder zorg voor handen is. Sommige instellingen hebben brieven gestuurd naar cliënten of ze zelf niet mensen konden zoeken om hen te helpen.
WMO
In de WMO dreigt hetzelfde te gebeuren. Door de verschuiving in de indicaties is er een groot tekort aan goedkope alfahulpen die enkel HV1 hulp leveren. Studenten, bijstandsgerechtigden en zelfs mensen uit het Oostblok worden in gezet. Met name in de grote steden is het voor veel mensen moeilijk om een vaste hulp te krijgen die ook nog eens Nederlands spreekt en/of verstaat. Dat hoeft geen probleem te zijn maar de signalerende functie die thuiszorg ook heeft wordt dan wel erg moeilijk. Ook wordt het moeilijk om een praatje te maken en elkaar een beetje te leren kennen. Sommige studenten zijn fantastische alfahulpen maar niet iedere jongere heeft ook verstand van schoonmaken. Het is dan wel gezellig maar echt schoon is het niet altijd.
Het wordt steeds moeilijker om de oude vertrouwde deskundige alfahulp te treffen, de vrouw of man die graag mensen helpt en over voldoende capaciteiten beschikt omdat op een verantwoorde wijze te doen.
Dezelfde verschuiving betekent overigens dat er veel gekwalificeerde hulpen – die HV2 hulp geven – overbodig lijken te worden. Zij worden ontslagen of krijgen verminderde arbeidsvoorwaarden voorgeschoteld.
Te weinig geld voor groeiende zorgvraag
De wachtlijsten en zorgstops hebben met name te maken met de hoeveelheid geld die beschikbaar is voor de thuiszorg. De afgelopen jaren blijkt steeds weer dat de schatting naar hoeveel mensen hulp nodig hebben te laag is. De behoefte naar thuiszorg blijft stijgen.
Over deze schattingen is en wordt nog steeds gediscussieerd. De Tweede Kamer, de overheid, het ministerie VWS, de NZa, de zorgkantoren en de zorgorganisaties doen steeds opnieuw hun zegje. Volgens de één is er geld genoeg, volgens de ander niet. Dit getouwtrek gaat maar door, maar de cijfers spreken ieder jaar voor zich. De budgetten voor de AWBZ stijgen helaas niet gelijk met de toenemende vraag. Ook bij de net ingevoerde WMO speelt deze discussie. De gemeenten hebben nu de verantwoordelijkheid gekregen over de huishoudelijke zorg, maar het is volstrekt onduidelijk of er ook voldoende geld is.
De discussie gaat steeds over hetzelfde. Moet er geld bij, moet er meer bezuinigd worden, of moet het geld anders verdeeld worden? Wat de oplossing ook moet zijn, de keuzes zijn nog steeds niet gemaakt en de discussie sleept zich maar voort. Prachtige verkiezingsbeloftes ten spijt, de thuiszorgmedewerkers en de mensen die hulp nodig hebben zijn nog steeds de dupe.
Het lijkt erop dat de huidige regering niet meer geld wil gaan stoppen in de AWBZ. Sterker nog, staatssecretaris Bussemaker heeft aangekondigd met een groot tekort geconfronteerd te zijn. Er zal waarschijnlijk eerder worden bezuinigd dan dat er geld bij komt.
Ook de problemen die nu in de WMO spelen worden niet erkend. De regering noemt het overgangsproblemen, maar de onzekerheid in de sector neemt alsmaar toe. Wanneer je afhankelijk bent van zorg of wanneer je werkzaam bent als verzorgende is deze onzekerheid over de persoonlijke situatie vaak slopend en ondermijnend.
Verminderde kwaliteit van de thuiszorg
De discussie over geldstromen (zie: te weinig geld voor groeiende zorgvraag) heeft uiteraard gevolgen voor de kwaliteit van de zorg, maar ook voor de continuïteit van de zorg. In de wet staat dat de landelijke overheid hiervoor verantwoordelijk is.
Wat kwaliteit van zorg inhoudt staat beschreven in de Voorwaarden van Verantwoorde Zorg. Een document dat is opgesteld door onder andere beroepsgroepen in de zorg. Er wordt tegenwoordig ook gesproken over keurmerken.
Het hebben van een kwaliteitskeurmerk betekent niet dat een thuiszorginstelling goede of betere hulp levert. Het keurmerk geeft aan dat de bedrijfsprocessen binnen een instelling gecontroleerd zijn. Dit betekent dat er op een juiste wijze met geld en middelen wordt omgegaan. Het keurmerk zegt dus niets over de kwaliteit van de verleende zorg.
Alle beroepsorganisaties in de verzorging en ook huisartsen waarschuwen dat de huidige koers leidt tot vermindering van kwaliteit van zorg. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het inzetten van lager of helemaal niet opgeleide beroepskrachten. Het probleem is niet een tekort aan goede mensen, maar een tekort aan geld. De bezuiniging gaat over de rug van de uitvoerende zorgverleners, en dus uiteindelijk over de rug van de cliënten.
Door de constante bezuiniging wordt er roofbouw gepleegd op de werkers in de zorg. De bedrijfsvoering wordt beperkt tot een bijna onaanvaardbaar minimum. Van kwaliteitswaarborging, ziekteverzuimbegeleiding of reïntegratie na langdurig ziekte is nauwelijks meer sprake. Opleidingen worden geschrapt, werkbesprekingen zijn er soms nog maar ééns in de drie maanden.
Natuurlijk is het goed om te kijken of men de zaken beter kan regelen. Maar als dat betekent dat taken en werkzaamheden van opleidingsfunctionarissen, arbo-coördinatoren, kwaliteitsfunctionarissen niet meer worden uitgevoerd dan gaat de kwaliteit van de zorg onherroepelijk achteruit. Er zijn inmiddels diverse onderzoeken die aantonen dat ondervoeding van ouderen toeneemt in de thuiszorg. Dit kan enkel doordat zorgverleners niet meer de kwaliteit of de tijd hebben om de mensen te helpen. De verhalen over 35 verschillende zorgverleners (van ook nog eens verschillende organisaties) voor één persoon zijn op iedere verjaardag te horen. Dit is niet de schuld van de uitvoerende zorgverleners. Er gaat nog erg veel goed in de hulp die wordt geboden, maar dat is meestal ondanks de huidige wetten en regels, niet dankzij.
De regering stopt op dit moment veel geld in het programma Zorg voor Beter. Met het programma Zorg voor Beter wordt volgens het ministerie van VWS hard gewerkt om de thuiszorg, ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg te verbeteren. Doel is betere zorg te leveren, met tevreden cliënten. Er moet meer geprofiteerd worden van aanwezige kennis en ervaring. Er moet meer samenhang worden gecreëerd tussen de verschillende zorgsectoren en het werk moet beter worden georganiseerd. In de praktijk zijn goede initiatieven te zien in het kader van het Zorg Voor Beter project. Maar als er geen mensen zijn om dat wat geleerd wordt in de praktijk te brengen dan houdt het snel op.
Kwaliteit van zorg is zeker in de thuiszorg onontbeerlijk, juist omdat daar ook veel op aardige, lieve en sociale mensen wordt geleund, namelijk de mantelzorgers en vrijwilligers. Om hun inzet te begeleiden, om te zorgen dat zorgen leuk is, en draaglijk blijft, zijn echter professionele zorgverleners nodig. Als die er niet zijn, zal ook deze vrijwilligersgroep het minder lang volhouden.
Zie voor meer info:
De aanbestedingen, voor niets gaat de zon op
De gemeenten hebben voor de WMO sinds 1 januari 2007 zelf de keuze met welke thuiszorginstelling zij willen werken. De gemeente stelde daarom boogde prijs en kwaliteit vast en de thuiszorginstellingen moesten hierop een voorstel doen via de zogenaamde aanbestedingen. Bieden dus!
De aanbestedingen worden aangewezen als een van de grootste veroorzakers van de problemen in de thuiszorg. Bij veel gemeenten is er meer op prijs geselecteerd, dan op kwaliteit.
Dat betekent dat veel thuiszorginstellingen ook flink met prijzen zijn gaan stunten om maar een contract bij een gemeente binnen te halen. Het uurtarief waarvoor de gemeenten de WMO-zorg hebben ingekocht is volgens zorgaanbieders (erg) scherp, soms zelfs onder de kostprijs.
Er zijn twee soorten hulp, HV1 en HV2. Voor beide soorten hanteren thuiszorginstellingen verschillende tarieven, waarbij HV1 de goedkoopste is. Sinds de invoering van de WMO heeft er ineens een grote verschuiving tussen de twee plaatsgevonden. Was er vroeger nog 25% HV1 hulp, nu is dat in de nieuwe indicaties al 85% HV1.
De combinatie van de lage tarieven om een contract binnen te slepen, en de verschuiving naar goedkopere hulp (al dan niet terecht) brengt instellingen in grote problemen. Ze hebben namelijk veel meer beschikking over de HV2 hulpen dan over alfahulpen. Om deze mensen te kunnen behouden maar ook te kunnen betalen vragen ze de HV2 medewerkers voor een lager loon te gaan werken, of als alfahulp aan de slag te gaan. In gevolgen voor de werknemers wordt hier verder op ingegaan.
De aanbestedingen zelf hebben ook nog eens flink wat geld gekost. Gemeentes hebben er 600 tot 700 manuren in moeten steken. Kennis van het proces was vaak afwezig waardoor externe ondersteuning werd gevraagd. Kosten? 6000 tot 10.000 euro per gemeente. Ook de thuiszorginstellingen hebben veel extra geld moeten uitgeven om de aanbestedingen goed uit te voeren. Ook hier werden dure externe bureaus ingeschakeld.
Herindicaties: de wonderbaarlijke genezingen
Er wachten nog 300.000 mensen in Nederland op een herindicatie voor huishoudelijke zorg. Deze herindicatie moet dit jaar nog plaatsvinden. Een indicatie wordt namelijk altijd maar voor een bepaalde periode afgegeven. Deze 300.000 mensen maken nu veelal gebruik van de duurdere HV2 zorg. Sommigen van hen zouden technisch gezien onder HV1 hulp vallen. Maar omdat ze geen beroep kunnen doen op mantelzorgers, of omdat ze het zich niet kunnen veroorloven 6 weken zonder hulp te zitten, krijgen ze toch HV2 zorg.
De herindicatie vindt veelal plaats per telefoon. De mensen die zorg nodig hebben zijn mensen die hun zelfstandigheid koesteren, er trots op zijn. Ze vertellen dan ook vaak wat ze allemaal nog wel kunnen. Als de trend zich doorzet lijkt het erop dat 85% van deze mensen te maken krijgt met een indicatie voor de HV1-zorg.
Was het al die jaren onterecht dat deze mensen de duurdere en uitgebreidere HV2-zorg kregen? Sommige gemeentes zeggen dat er niet efficiënt is gewerkt en er veel te makkelijk HV2 is gegeven. Onzin, misschien is er wat ruimhartig zorg toegewezen maar het verklaart niet zulke verschillen. Het grootste probleem is dat geen huisbezoeken meer plaatsvinden door deskundige zorgverleners die door hun expertise in staat zijn in te schatten wat noodzakelijke zorg is. Eén telefoontje en de cliënt is ineens weer tot alles in staat... wonderbaarlijk.
Inmiddels is het eerste proces al gevoerd en heeft de rechter de zorgvrager gelijk gesteld.
De belangrijkste conclusie van de rechter was: dat de individuele omstandigheden van de aanvrager de voorzieningen leidend zijn. Het is niet te hopen dat straks de 300.000 mensen die een herindicatie krijgen allemaal naar de rechter moeten.
Zie voor meer informatie:
Van één hulp naar vele?
Eén hulp die een zieke of oudere dagelijks verzorgt is fijn. Er wordt een band gecreëerd tussen beide. Men leert elkaar kennen, de hulpverlener weet vaak al snel of er iets aan de hand is. Zorg verlenen is vaak een intiem proces, waarbij een cliënt moet wennen aan het feit dat hij of zij afhankelijk is. Het is niet niks om iemand te hebben die je moet douchen en aankleden. Voor veel cliënten is het al moeilijk genoeg om voor één iemand uit de kleren te moeten. Laat staan voor velen. Maar ook iemand binnen laten in het huis, de keukenkastjes, de koelkast en het toilet laten schoonmaken is niet iets dat men door veel verschillende mensen wil laten doen. Ook daar is vertrouwen en erkenning van de privacy belangrijk.
Door de situatie die nu gecreëerd is, verliezen vele cliënten hun vaste hulp. Ze worden geconfronteerd met steeds wisselende mensen die hun persoonlijke situatie niet kennen. Ze moeten steeds opnieuw alles uitleggen, terwijl dat niet altijd even makkelijk is. Een praatje wordt er niet leuker op als men niet het vertrouwen heeft, vertrouwen dat vaak pas na enkele weken groeit.
Dat is precies de reden waarom ook vele mensen die afhankelijk zijn van de thuiszorg protesteren. Zij accepteren het niet om steeds wisselende mensen over de vloer te hebben. En dat zou ook helemaal niet hoeven.
De bureaucratische mallemolen
Wanneer u de situatie in de thuiszorg niet meer begrijpt, dan hebben we daar begrip voor. De AWBZ, de WMO, de CIZ, het zorgkantoor, de indicaties, de verschillende thuiszorgorganisaties, de verschillende afdelingen binnen thuiszorginstellingen, het is een oerwoud aan instanties. Voor de noodzakelijke thuiszorg eindelijk gegeven kan worden is een grenzeloze stroom van formulieren, telefoongesprekken, correspondentie nodig. Alles moet gecontroleerd en verantwoord worden.
Dit alles is een enorme belasting voor de zieke of oudere hulpbehoevende. Dit georganiseerde wantrouwen veroorzaakt enorm veel stress bij gebruikers van thuiszorg en hun familieleden/mantelzorgers. Om maar niet te spreken over het geld dat er voor nodig is om deze mallemolen draaiende te houden.
Gevolgen voor werknemers
Ontslag, lager loon en verminderde arbeidsvoorwaarden
De grote verschuiving van HV2 naar HV1 en de aanbestedingen hebben ervoor gezorgd dat de thuiszorginstellingen met de handen in het haar zitten. Ze hebben veel dure krachten in huis die HV2-zorg geven. Maar die zorg is door de WMO ineens veel minder nodig. Men kan deze werknemers niet zomaar als HV1 hulp (alfahulp) inzetten. Immers, voor de HV1 hulp krijgen de organisaties minder vergoed. Daarnaast is de alfahulp 'freelancer'. Dat betekent geen contract, minder loon, nauwelijks arbeidsvoorwaarden, geen pensioen en veel minder zekerheid. Dat de thuiszorginstellingen soms onder de kostprijs zichzelf hebben verkocht aan de gemeente betekent ook niet veel goeds voor het personeel. De kranten hebben vol gestaan van ontslagrondes bij thuiszorgorganisaties.
De 20 miljoen van Jet Bussemaker
De staatssecretaris heeft 20 miljoen ter beschikking gesteld aan de thuiszorgorganisaties om de negatieve gevolgen voor het huishoudelijke personeel – veroorzaakt door de invoering van de WMO – te bestrijden. Er mag maximaal 3500 euro per persoon worden uitgegeven voor omscholing, hulp bij het zoeken naar een nieuwe baan en aanvulling van loon.
Dit lijkt mooi, maar de praktijk is anders. Omscholing is moeilijk. Een overstap naar AWBZ-hulp gaat nauwelijks. Immers, zolang er geen geld genoeg is vanuit de AWBZ-pot zijn er daar geen banen beschikbaar. In het kader van de flexibilisering kan men vaak wel als oproeper aan de gang maar dat biedt net als alfahulp geen bestaanszekerheid. Een andere optie is werken in het verpleeg- of verzorgingshuis dat bij de organisatie hoort. Maar de werkers in de thuiszorg hebben gekozen voor de thuiszorg! Zij zijn daar ook nodig! De 20 miljoen zijn waarschijnlijk veel te weinig en zullen niet datgene bereiken waarvoor het bedoeld is.
Aan het begin van de zomer maakten de werkgevers al bekend dat er ontslagen gingen vallen en dat er al mensen zijn weggesanneerd. De staatssecretaris was op vakantie en vond het niet nodig haar vakantie te onderbreken. Pas begin augustus is bekend gemaakt hoe organisaties in aanmerking kunnen komen voor het geld. Voor velen komt deze 20 miljoen dus te laat.
Veel medewerkers kregen de afgelopen maanden al keuzes; als alfahulp aan de slag, met minder loon tevreden zijn, onregelmatige diensten draaien of ontslag. Voor veel werknemers is dit geen optie. Hun persoonlijke situatie laat het niet toe. Ook zij hebben een huis, kinderen, een hypotheek en een privé-situatie die het niet toelaat om ineens oproep- of onregelmatige diensten te draaien. De gemiddelde uitvoerende verzorgende/hulp heeft een salaris van rond de 10 euro per uur, bruto. Zij gaan er vaak meer dan 1 of 2 euro per uur op achteruit. Te weinig om het gezin van te onderhouden. Veel thuiszorghulpen wachten het niet af. Zij verdwijnen uit de zorg. Eeuwig zonde!
Personeelstekort in de zorg
Tegenover de golf van ontslagrondes staat een personeelstekort. Raar maar waar. Er is al jaren een groot tekort aan verzorgenden en hulpen. Werkers in de thuiszorg beginnen vol idealisme, vol vuur en met enthousiasme. Maar er zijn er maar weinig die het 40 jaar volhouden. Er blijft sprake van een grote uitstroom van mensen die werken in de zorg.
Waarom zo'n grote uitstroom? De werkdruk in de thuiszorg onder verzorgenden is al jaren behoorlijk hoog. Daar komt de enorme bureaucratie nog eens bij. Alles moet opgeschreven worden. Veel handelingen bij een cliënt moeten op drie verschillende formulieren geschreven worden en later nog ingevoerd worden in drie verschillende computersystemen. Niet iedere zorgverlener is ook tegelijk een administratief medewerker. Er gaat dus ook nog wel eens wat mis. Kortom, het geeft veel ellende, stress en extra frustratie. Het kost teveel tijd, tijd die niet aan de directe patiëntenzorg kan worden besteed.
Doorgroeien en ontwikkelen in het vakgebied:
Er wordt behoorlijk bezuinigd op ondersteuning. Goede planners en coördinatoren worden schaars. Er is weinig scholing, weinig werkoverleg. Mensen kunnen hun successen en tegenslagen niet met elkaar delen, leren te weinig over nieuwe zienswijzes en methodes. Thuiszorgers krijgen betrekkelijk weinig betaald en kunnen door bezuinigingen ook niet meer doorgroeien naar bijvoorbeeld een baan als planner of leidinggevende.
Maar dit alles is nog niet de echte reden waarom men ermee stopt. Het is het feit dat men het werk niet kan doen zoals het geleerd is. De eenzame worsteling met de zichtbare verschraling van zorg. De dagelijkse confrontatie met bange en ongeruste cliënten die niet meer geholpen worden zoals dat zou moeten, en zoals men dat ook wil. Dat zijn de redenen dat mensen afhaken. Daar moet nu wat aan gebeuren!
In de thuiszorg ontstaat nu de rare situatie dat veel HV2 hulpen ontslagen worden, of weggaan, terwijl er een enorm tekort is aan alfahulpen. Het is volstrekt onduidelijk wie straks de huishoudelijke hulp moet gaan geven.
Zorgverleners en marktwerking
De zorgverleners zijn de motor van de de thuiszorg, zij zijn het gezicht, de handen en het hart van de thuiszorg. Zij bepalen de inhoud. Als zij geen goed werk leveren, kan een organisatie wel inpakken. In plaast van in hen te investeren, hen te belonen en te koesteren worden zij gezien als het middel waar op bezuinigd kan worden.
Personeelskosten in de zorg zijn hoog. Dat is logisch, er kan maar weinig 'machinaal' gebeuren, dus is er veel personeel. Op het moment dat niet de mensen maar het geld leidend gaat worden – en dat gebeurt met het invoeren van marktwerking – zijn de uitvoerende zorgverleners de pineut. Hier worden de laatste procentjes uitgeperst. Daartegenover staat de groep die dit allemaal verzint. Die eist voor hun 'goede werk' een torenhoog salaris. Zo gaat dat immers ook in het bedrijfsleven.
De prijs die we maatschappelijk betalen voor deze koers, zal hoog zijn.
Zie voor meer informatie:
Informatie voor zorgverleners:
- Vakbonden en werkgevers:
- http://www.fnv.nl/
- CNV Publieke Zaak:
- http://www.mijnvakbond.nl/
- http://www.jouwvakbond.nl/
- http://www.abvakabofnv.nl/
- http://www.nu91.nl/
- http://www.lomoz.nl/
- http://www.actiz.nl/
- http://www.branchebelang-thuiszorg.nl
- Beroepsorganisaties:
- http://www.sting.nl/
- http://www.venvn.nl/
Het moet beter!
De WMO moet mensen meer mogelijkheden bieden er bij te horen maar ze lijkt te leiden tot sociale uitsluiting van de huishoudelijke medewerkers in de thuiszorg en de mensen met een indicatie voor huishoudelijke hulp. Veel werknemers dreigen hun banen te verliezen of zijn deze al kwijt. Hulpbehoevenden verliezen hierdoor hun vertrouwde hulp.
De AWBZ is een recht, een recht op zorg. Maar dat recht lijkt iedere keer weer bevochten te moeten worden. Iedereen is het er over eens dat het een prachtige voorziening is. Maar voor niets gaat de zon op, terwij dat wel het principe bij de AWBZ lijkt te zijn. Voor een dubbeltje op eerste rang zitten gaat niet in de zorg.
Niet de kosten en niet de machtsstrijd tussen de partijen moet centraal staan, maar de maatschappelijke vraag naar zorg van de meest kwetsbare in onze samenleving.
Alle onderzoeken wijzen uit dat mensen in Nederland met een overweldigende meerderheid vinden dat mensen die zorg nodig hebben deze zorg moeten krijgen. Zij zijn zelfs bereid daar extra belasting voor te betalen. Dit geldt ook voor de meest vurige voorstanders van marktwerking in de zorg.
Mensen die in de zorg werken worden nogal eens neergezet als te duur, niet productief, niet efficiënt en niet doelmatig. Zij zijn veelal echter niet het probleem. Het zijn de duur betaalde managers en bestuurders en de doorgeschoten bureaucratie. Maar daar wordt door de regering niet in ingegrepen. De bureaucratie wordt alleen maar erger. De torenhoge salarissen, de enorme bonussen en de fikse bedragen die worden besteed aan adviseurs en deskundigen blijven nog steeds. Daartegenover staat het gemiddelde uurloon van een verzorgende en/of zorghulp. 10 euro bruto per uur. En dat wordt steeds minder.
Mensen moeten nu vaak bedelen, winkelen, en door een bureaucratische molen om de zorg te krijgen die ze nodig hebben. En als ze daar eenmaal zijn, worden ze geconfronteerd met wachtlijsten, zorgstops, wisselende hulpen en verminderde kwaliteit.
Dat moet stoppen. Het kan anders en het kan beter.
Fatsoenlijke zorg, fatsoenlijke lonen en een fatsoenlijk beleid.
Dat is wat de thuiszorg nodig heeft.
NU!

