Twee ziekenhuizen vinden elkaar in bv
Gespecialiseerde miniklinieken schieten als paddenstoelen uit de grond. Ondernemende specialisten, maar ook ziekenhuizen zelf zien nieuwe kansen.
Tekst Jeroen Piersma en Hein Haenen
In de Nederlandse gezondheidszorg wordt volop geëxperimenteerd met gespecialiseerde klinieken. Voor het eerst richten nu twee ziekenhuizen samen zo’n kliniek op. Het gaat om twee pioniers van de marktwerking in de ziekenhuiszorg, de Sint Maartenskliniek in Nijmegen en het Hofpoort Ziekenhuis in Woerden. De kliniek is gespecialiseerd in orthopedische en reumatische aandoeningen.
Per 1 januari wordt de kliniek in een bv-vorm gegoten. De ambities zijn groot. Er wordt voor een bedrag van €25 mln nieuwbouw gepleegd, en de omzet moet in zes jaar groeien van €3 mln naar ruim €20 mln.
De twee ziekenhuizen claimen dat het bovendien de eerste keer is dat een aparte kliniek het hele specialisme in huis heeft. Veel zogenoemde zelfstandige behandelcentra (zbc’s) doen maar een deel van het specialisme, namelijk het deel van de behandelingen waarvoor vrije prijzen gelden, en verwijzen voor de rest naar een algemeen ziekenhuis. Privéklinieken mogen alleen niet-verzekerde behandelingen aanbieden. ‘In de eindfase is het een aparte kliniek voor het westen van het land’, zegt Wim de Bie, bestuursvoorzitter van de Sint Maartenskliniek. Zijn ziekenhuis bedient nu niet alleen de regio rond Nijmegen, maar trekt met zijn specialisatie patiënten van elders uit het land en zelfs van over de grens.
Zo’n 75% van de orthopediepatiënten en 50% van de reumapatiënten komt van buiten de regio Nijmegen. Het ziekenhuis heeft de ambitie om als A-merk in zijn specialisme een aantal nevenvestigingen elders in het land te openen. Eerdere pogingen tot samenwerking met ziekenhuizen in Zeist en in Den Haag mislukten. Dat was voor een deel pech. Het ziekenhuis in Zeist raakte in een bestuurscrisis, het ziekenhuis in Den Haag ging fuseren. ‘Toen moesten we praten met twee groepen orthopeden. Dat maakte de besprekingen lastig.’ Bovendien was het uitgangspunt van de gesprekken in Zeist en Den Haag dat beide ziekenhuizen voor de helft zouden deelnemen in de joint venture. Maar in zo’n constructie blijkt het heel moeilijk om het eens te worden, onder andere over de formule.
Inmiddels is De Bie erachter dat de Sint Maartenskliniek een meerderheidspositie wil hebben. ‘Dat is een leerproces geweest. Wij moeten in de lead zijn als het gaat om het neerzetten van de Maartenskliniek-formule.’ Met het Hofpoort Ziekenhuis vlotte het gesprek vanaf het begin goed. In de bv die samen met het Hofpoort Ziekenhuis wordt opgetuigd krijgt de Sint Maartenskliniek een meerderheidsbelang van 70%. Het is een belangrijke reden geweest om te kiezen voor de BV-vorm. ‘Een heldere zeggenschapsverdeling kan niet in een stichting’, zegt De Bie. Jan Schnerr, directeur van het Hofpoort Ziekenhuis, roemt de flexibiliteit van de bv. ‘Je kunt de onderlinge verhoudingen en besluitvorming flexibel regelen.’
Schnerr was eerder ook betrokken bij een poging om vanuit het ziekenhuis in Woerden een gespecialiseerde kno-kliniek op te richten. Het lukte toen niet om de zorgverzekeraars mee te krijgen. Zij waren bang voor budgetoverschrijdingen. Deze keer is het anders. ‘Bij de kno-kliniek ging het om één specialist die het initiatief nam. Hier gaat het om twee ziekenhuizen. Dat biedt andere mogelijkheden.’
Maar eenvoudig is het niet geweest. ‘We hebben wel eens een sombere periode gehad’, zegt Schnerr. Om de Woerdense kliniek mogelijk te maken, hebben Schnerr en De Bie een ingewikkelde constructie in elkaar moeten knutselen. De Sint Maartenskliniek Woerden wordt een exploitatie-bv die in opdracht van beide ziekenhuizen werkt. De productie wordt hoofdzakelijk uit Nijmegen aangeleverd, via een zbc-constructie. ‘We zitten nu eenmaal met de oude systematiek’, verzucht De Bie. ‘Zodra in 2008 het grootste deel van de prijzen wordt vrijgegeven, kunnen de productieafspraken via de Maartenskliniek Woerden gemaakt worden.’
Voor de Sint Maartenskliniek biedt de samenwerking de mogelijkheid om zijn A-merk uit te rollen. Het Hofpoort Ziekenhuis ziet een orthopedische afdeling met weinig toekomst nu opbloeien tot een van de grootste maatschappen. Bovendien maakt de kliniek gebruik van de radiologie-en anesthesieafdeling van het Hofpoort Ziekenhuis en genereert daarmee veel extra omzet. ‘Dat stelt ons bijvoorbeeld in staat om een MRI-apparaat aan te schaffen van een klasse die zonder de samenwerking niet mogelijk zou zijn geweest.’
Voor Schnerr smaakt de samenwerking daarom naar meer. Hij ziet een toekomst met een algemeen basisziekenhuis omringd door een aantal gespecialiseerde klinieken. Zo zou ook de afdeling oogheelkunde van het Hofpoort Ziekenhuis wat Schnerr betreft voor samenwerking in aanmerking komen. ‘Alleen een kliniek oprichten is extreem duur. Maar voor twee of drie ziekenhuizen die de koppen bij elkaar steken ligt dat anders.’
Uit: Het Financieel Dagblad, 7 november 2006


